In een door moderne tijden
onaangetaste zaal in Vlaardingen,
de Harmonie geheten,
wanen we ons als bejaarden
in de jaren dat jazz & poetry
elk moment kon toeslaan.
Iedereen die durfde was dichter,
jazz een religie. Weinig was nodig
om de vlam van woorden te ontbranden
aan de keel van een waaghals
die zich tevoren urenlang in een hoek
van het café had stilgehouden.
Nu, als door een naald gestoken,
springt als vanouds
de dichter Simon V. als
een komeet door de kosmos
van het podium: ‘Het gebeurt!
Hier! Vandaag! Om je heen! Nu!”
En wij, toeschouwers, niet de
dichters geworden die we waren,
wij zijn stille luisteraars,
mannen en vrouwen, vaders,
die voor nostalgie betalen
en zich afvragen:
Waar, Simon, waar gebeurt het?
En wat?
(1986)
zie: http://wdka.hro.nl/~0542361/index.html
vrijdag, februari 18, 2005
vrijdag, februari 11, 2005
De dronken boot
Toen ik dan meedreef op de rustige Rivieren,
Kon ik de slepers op het pad niet meer verdragen:
Roodhuiden hadden hen naakt en met luid tieren
Als schietschijf aan de bonte totempaal geslagen.
Onverschillig was ik voor bemanning aan boord,
Volgestouwd met Engels katoen of Vlaams graan.
Toen met de slepers ook die kreten waren gesmoord,
Lieten de Stromen mij drijven waar ik wilde gaan.
Dover dan een kinderziel, die winterdagen,
Snelde ik door het woest geklots van de getijden
En de Schiereilanden die waren losgeslagen,
Hadden nooit van dit spektakel zo te lijden.
In de gezegende storm ben ik maritiem ontwaakt.
En lichter dan een kurk dreef ik op elk getij,
Dat, zegt men, eeuwig slachtoffers maakt,
Tien nachten liet ik de stomme bakens achter mij!
Zoeter dan kinderen zuur appelvlees zal smaken,
Drong het groene sop in mijn romp van hout en pek
En spoelde de blauwe wijn en de troep van 't braken
Weg, sloeg ook mijn anker en helmstok van het dek.
Kon ik de slepers op het pad niet meer verdragen:
Roodhuiden hadden hen naakt en met luid tieren
Als schietschijf aan de bonte totempaal geslagen.
Onverschillig was ik voor bemanning aan boord,
Volgestouwd met Engels katoen of Vlaams graan.
Toen met de slepers ook die kreten waren gesmoord,
Lieten de Stromen mij drijven waar ik wilde gaan.
Dover dan een kinderziel, die winterdagen,
Snelde ik door het woest geklots van de getijden
En de Schiereilanden die waren losgeslagen,
Hadden nooit van dit spektakel zo te lijden.
In de gezegende storm ben ik maritiem ontwaakt.
En lichter dan een kurk dreef ik op elk getij,
Dat, zegt men, eeuwig slachtoffers maakt,
Tien nachten liet ik de stomme bakens achter mij!
Zoeter dan kinderen zuur appelvlees zal smaken,
Drong het groene sop in mijn romp van hout en pek
En spoelde de blauwe wijn en de troep van 't braken
Weg, sloeg ook mijn anker en helmstok van het dek.
dinsdag, februari 08, 2005
Straattoneel
Op weg naar de schouwburg,
replay van Wachten op Godot,
schieten in een decor van portieken
en zijstraten de bedelaars,de
broodmagere junks,de tippelaarsters
je aan voor een euro, met teksten
die zijn ingestudeerd onder regie
van de grote regisseur Werkelijkheid.
Dit is toneel waarover dagelijks
recensies worden geschreven,
regeringsbeleid wordt gemaakt,
kamervragen worden gesteld,
waarop een industrie van zorg
en hulp en advies draait,
toneel als het echte leven
dat maar geen leven worden wil.
Soms zie je in een oogopslag
de mise-en scène van gemiste kansen,
de zucht naar een genot groter
dan lichaam en geest dragen kon,
en dan het wachten op iemand,
tot iemand wat geld geeft,
niemand meer een rol speelt,
iedereen voorbijganger is.
replay van Wachten op Godot,
schieten in een decor van portieken
en zijstraten de bedelaars,de
broodmagere junks,de tippelaarsters
je aan voor een euro, met teksten
die zijn ingestudeerd onder regie
van de grote regisseur Werkelijkheid.
Dit is toneel waarover dagelijks
recensies worden geschreven,
regeringsbeleid wordt gemaakt,
kamervragen worden gesteld,
waarop een industrie van zorg
en hulp en advies draait,
toneel als het echte leven
dat maar geen leven worden wil.
Soms zie je in een oogopslag
de mise-en scène van gemiste kansen,
de zucht naar een genot groter
dan lichaam en geest dragen kon,
en dan het wachten op iemand,
tot iemand wat geld geeft,
niemand meer een rol speelt,
iedereen voorbijganger is.
donderdag, februari 03, 2005
Moderne architectuur
Something is taken its course*
De Kunsthal van Koolhaas
is een van de duizend belangrijkste
gebouwen van de twintigste eeuw.
Dat staat in een boek waarin
de duizend belangrijkste gebouwen
van de twintigste eeuw worden genoemd.
Wat is een belangrijk gebouw?
Een huis, een ziekenhuis, een schuur.
Het belang zit bij de gebruiker.
In de Kunsthal van Koolhaas
valt regelmatig iemand zich te pletter
over opstapjes, drempels, trappen.
Bejaarden denderen met hun rollator
van de hellingen die door kenners
van de Kunsthal van Koolhaas
als vernuftige oplossingen van
het architectonisch en stedenbouwkundig
concept worden beschouwd.
Het is de bezoeker aan te raden
dit belangrijke en veel geprezen gebouw
niet onverzekerd te betreden.
Want de kans dat je er als invalide uitkomt
is vele malen groter
dan dat je er als invalide inkomt.
* Rem Koolhaas en Bruce Mau in O.M.A. S,M,L,XL
De Kunsthal van Koolhaas
is een van de duizend belangrijkste
gebouwen van de twintigste eeuw.
Dat staat in een boek waarin
de duizend belangrijkste gebouwen
van de twintigste eeuw worden genoemd.
Wat is een belangrijk gebouw?
Een huis, een ziekenhuis, een schuur.
Het belang zit bij de gebruiker.
In de Kunsthal van Koolhaas
valt regelmatig iemand zich te pletter
over opstapjes, drempels, trappen.
Bejaarden denderen met hun rollator
van de hellingen die door kenners
van de Kunsthal van Koolhaas
als vernuftige oplossingen van
het architectonisch en stedenbouwkundig
concept worden beschouwd.
Het is de bezoeker aan te raden
dit belangrijke en veel geprezen gebouw
niet onverzekerd te betreden.
Want de kans dat je er als invalide uitkomt
is vele malen groter
dan dat je er als invalide inkomt.
* Rem Koolhaas en Bruce Mau in O.M.A. S,M,L,XL
woensdag, december 08, 2004
Vrouwenmantel
Iemand heeft vannacht geschreid,
de tranen op het vrouwenmantelblad
liggen als parels her en der verspreid.
Wie heeft het zo te kwaad gehad?
Was het verdriet, de schoonheid
van de vrouw, de mantel of het blad,
wie bracht wie in zo’n verlegenheid,
of nam de koude nacht een bad?
Laat in de middag, langs het tegelpad,
zie ik, liggen er nog slechts een paar,
gevangen in het vrouwenmantelhaar.
De wetten der natuur zijn wonderbaar,
doch maakte ik ooit een schouder nat,
die in een vrouwenmantel was gevat?
de tranen op het vrouwenmantelblad
liggen als parels her en der verspreid.
Wie heeft het zo te kwaad gehad?
Was het verdriet, de schoonheid
van de vrouw, de mantel of het blad,
wie bracht wie in zo’n verlegenheid,
of nam de koude nacht een bad?
Laat in de middag, langs het tegelpad,
zie ik, liggen er nog slechts een paar,
gevangen in het vrouwenmantelhaar.
De wetten der natuur zijn wonderbaar,
doch maakte ik ooit een schouder nat,
die in een vrouwenmantel was gevat?
vrijdag, november 19, 2004
rotterdamse elegie (zonder kapitalen)
‘het gedicht is een bericht’
voor jules
(a)
: ’t is dat ze het vroegen
ik zou er zelf niet over beginnen,
over vroeger weet je wel.
de jaren worden geringer,
als je de herhalingen, de retoriek
er aftrekt, een paar zinnen
die blijven hangen.
ik was toch al nooit zo’n zanger.
(b)
bikkelharde stad ja
met z’n haven, z’n rechtdoorzee,
z’n classificeren in de botlek
bottleneck van tankers, koppelbazen.
laden & lossen bij van gend & loos,
kantoorwerk voor manpower
dromen boven een kaartenbak
van woorden.
wafelen in den haag?
heb ik nooit gedaan.
(c)
stad van schilders weinig dichters,
waar moet je ’t dan over hebben?
ja weet ik veel voorbeelden
afgaan op flapteksten,
rooftocht in bijenkorf, pocketkelder,
schaken in de hut van oom tom.
wachten - op openingen, op dingen
op de mode om mee te doen.
action painting / ideeën pikken / overschilderen
*doorhalen wat gedaan is.
(d)
dagelijks leven?
daarom staat de nacht hier zo in aanzien.
wel gelachen altijd,
je moet wat met wat de psyche je te bieden heeft.
van nostalgie kan ik niet spreken
mooi maken van verleden
(ben ik niet tegen)
een nieuwe jas, een nieuwe straat,
aanbellen en denken dat je er bent
waar je naar verlangt.
maar niet voor lang
als het zo wankelt in je hart dat je jankt.
(e)
nee, die zit in parijs.
na die prijs, gorter, toch?
werkt in een kelder, kisten
vol manuscripten zeggen ze bij timmer.
a thing of writing is a joyce for never
grapje (moet kunnen mits niet te vaan).
niemand weet nog van het marxisme,
das kapital, ‘t schijnt dat zij geld heeft.
staat nu in bundel prijswinners
voor koninklijke fascistendochter.
je kan het niet verzinnen,
zo gaan die dingen.
(f)
o die winkel
poëziewinkel hoe verzin je ‘t.
had ik nooit aan moeten beginnen,
als je alles van tevoren wist.
riekus? driekusman met hashiesj,
arie liep op blote voeten in een pak van armani.
vaandeldrager van de avant garde
sloeg de ruiten in,
zag het niet zitten tussen de glasscherven
vroeg naar z’n contactlenzen
pikte geldkistje met schuldbekentenissen.
moeder mooi was de baas
met z’n centenbak,
zat mij dwars toen ik rimbaud vertaald had.
(g)
nu wil ik wel zingen
met een strot van stof en steen,
gruis, geruis van vroeger,
al met al achteraf toch heldhaftig.
je kan kicken wat je wil,
als je geen tik van de taal krijgt
als je je vooraf afvraagt of het zin heeft
of het af is
blijf je stil, blijf je stilstaan.
de mooie woorden zijn van later datum
van voorlichters
van glazen torens geblazen
dat platgeslagen woord skyline
laat-ie fijn zijn.
(h)
‘het gedicht is een bericht’
bij deze
finest hours in de jaren zestig?
en vijftig dan, tijd van vader en moeder,
en veertig, al die staatsmoordenaars
in naam van de waanzin, wannsee.
stunde nul, opnieuw beginnen,
opbouw, ontwikkeling, ontplooiing
in zeventig
al die doden in de chemische gemeente
en tachtig, je krijgt niet elke dag een kind,
herhaling (zie vijftig).
eeuwig, wende weinig te betekenen
andere cijfers, de woorden blijven:
voor jules
(a)
: ’t is dat ze het vroegen
ik zou er zelf niet over beginnen,
over vroeger weet je wel.
de jaren worden geringer,
als je de herhalingen, de retoriek
er aftrekt, een paar zinnen
die blijven hangen.
ik was toch al nooit zo’n zanger.
(b)
bikkelharde stad ja
met z’n haven, z’n rechtdoorzee,
z’n classificeren in de botlek
bottleneck van tankers, koppelbazen.
laden & lossen bij van gend & loos,
kantoorwerk voor manpower
dromen boven een kaartenbak
van woorden.
wafelen in den haag?
heb ik nooit gedaan.
(c)
stad van schilders weinig dichters,
waar moet je ’t dan over hebben?
ja weet ik veel voorbeelden
afgaan op flapteksten,
rooftocht in bijenkorf, pocketkelder,
schaken in de hut van oom tom.
wachten - op openingen, op dingen
op de mode om mee te doen.
action painting / ideeën pikken / overschilderen
*doorhalen wat gedaan is.
(d)
dagelijks leven?
daarom staat de nacht hier zo in aanzien.
wel gelachen altijd,
je moet wat met wat de psyche je te bieden heeft.
van nostalgie kan ik niet spreken
mooi maken van verleden
(ben ik niet tegen)
een nieuwe jas, een nieuwe straat,
aanbellen en denken dat je er bent
waar je naar verlangt.
maar niet voor lang
als het zo wankelt in je hart dat je jankt.
(e)
nee, die zit in parijs.
na die prijs, gorter, toch?
werkt in een kelder, kisten
vol manuscripten zeggen ze bij timmer.
a thing of writing is a joyce for never
grapje (moet kunnen mits niet te vaan).
niemand weet nog van het marxisme,
das kapital, ‘t schijnt dat zij geld heeft.
staat nu in bundel prijswinners
voor koninklijke fascistendochter.
je kan het niet verzinnen,
zo gaan die dingen.
(f)
o die winkel
poëziewinkel hoe verzin je ‘t.
had ik nooit aan moeten beginnen,
als je alles van tevoren wist.
riekus? driekusman met hashiesj,
arie liep op blote voeten in een pak van armani.
vaandeldrager van de avant garde
sloeg de ruiten in,
zag het niet zitten tussen de glasscherven
vroeg naar z’n contactlenzen
pikte geldkistje met schuldbekentenissen.
moeder mooi was de baas
met z’n centenbak,
zat mij dwars toen ik rimbaud vertaald had.
(g)
nu wil ik wel zingen
met een strot van stof en steen,
gruis, geruis van vroeger,
al met al achteraf toch heldhaftig.
je kan kicken wat je wil,
als je geen tik van de taal krijgt
als je je vooraf afvraagt of het zin heeft
of het af is
blijf je stil, blijf je stilstaan.
de mooie woorden zijn van later datum
van voorlichters
van glazen torens geblazen
dat platgeslagen woord skyline
laat-ie fijn zijn.
(h)
‘het gedicht is een bericht’
bij deze
finest hours in de jaren zestig?
en vijftig dan, tijd van vader en moeder,
en veertig, al die staatsmoordenaars
in naam van de waanzin, wannsee.
stunde nul, opnieuw beginnen,
opbouw, ontwikkeling, ontplooiing
in zeventig
al die doden in de chemische gemeente
en tachtig, je krijgt niet elke dag een kind,
herhaling (zie vijftig).
eeuwig, wende weinig te betekenen
andere cijfers, de woorden blijven:
donderdag, november 11, 2004
Hoek van Holland
De kassen verzilveren het groene land,
voorbij de laatste stad, de laatste plek.
Hier eindigt een gebied, een levensband.
De ferry ligt op stroom, klaar voor vertrek.
De pier waarop de golven eeuwig breken
maakt als een hand in het water uitgestrekt
een nieuw gebaar voor wie was uitgeweken
en thuiskomt, een groet voor wie vertrekt.
Een meeuw schrijft eenzaam aan het zwerk
zijn tekens van komen en gaan, licht strijkt
over het strand, de waterweg, de overkant.
De Hoek, landstreek met een watermerk
dat aan de kust naar binnen wenkt en wijkt
- het eerste en het laatste beeld van Holland.
voorbij de laatste stad, de laatste plek.
Hier eindigt een gebied, een levensband.
De ferry ligt op stroom, klaar voor vertrek.
De pier waarop de golven eeuwig breken
maakt als een hand in het water uitgestrekt
een nieuw gebaar voor wie was uitgeweken
en thuiskomt, een groet voor wie vertrekt.
Een meeuw schrijft eenzaam aan het zwerk
zijn tekens van komen en gaan, licht strijkt
over het strand, de waterweg, de overkant.
De Hoek, landstreek met een watermerk
dat aan de kust naar binnen wenkt en wijkt
- het eerste en het laatste beeld van Holland.
woensdag, november 10, 2004
Maaltijd met afwezige
Iemand is zo zichtbaar niet
aan tafel bij dit uitgesteld eten.
Iemand moet het zwijgen verbreken,
de wijn schenken, grappen maken,
het gesprek gaande houden,
spreken over wat wij niet weten.
Iemand moet zich verspreken,
ons inwijden in oude rituelen
(het brood breken) om het zwijgen
te verdragen, met de afwezige
te eten, de wijn te drinken.
De muziek aanzetten.
Iemand moet ons voorbereiden
als we van tafel gaan, afscheid
nemen, het huis verlaten, de lege
plek achterlaten; iemand moet
het grote zingen voorgaan: hij
moet toch weten dat wij er waren.
aan tafel bij dit uitgesteld eten.
Iemand moet het zwijgen verbreken,
de wijn schenken, grappen maken,
het gesprek gaande houden,
spreken over wat wij niet weten.
Iemand moet zich verspreken,
ons inwijden in oude rituelen
(het brood breken) om het zwijgen
te verdragen, met de afwezige
te eten, de wijn te drinken.
De muziek aanzetten.
Iemand moet ons voorbereiden
als we van tafel gaan, afscheid
nemen, het huis verlaten, de lege
plek achterlaten; iemand moet
het grote zingen voorgaan: hij
moet toch weten dat wij er waren.
Abonneren op:
Posts (Atom)